Editie 2021:

Laureate 1ste prijs

Lien Desteghe, MSc PhD, cardiologie, UAntwerpen-UHasselt, UZA-Jessa Ziekenhuis, LCRC

Van de VKF kliniek naar het slaapcentrum en terug: een gestructureerd zorgtraject voor de detectie en behandeling van obstructieve slaapapneu.


Het optimaliseren van de behandeling van voorkamerfibrillatie (VKF) zal de volgende decennia een belangrijke doelstelling zijn voor onze gezondheidszorg. Boven de leeftijd van 55 jaar heeft iedereen namelijk 37% kans om VKF te ontwikkelen. Recente studies hebben aangetoond dat een gezonde levensstijl en het aanpakken van verscheidene risicofactoren een gunstig effect kunnen hebben om de pathologische processen die aan de basis liggen van VKF om te keren en het aantal episodes en de duur ervan te verminderen. Echter, dergelijke modificeerbare risicofactoren worden in de dagelijkse praktijk vaak over het hoofd gezien omwille van verschillende redenen: tijdgebrek van artsen of andere zorgverleners om deze risicofactoren met de patiënt te bespreken; onvoldoende besef over de impact van risicofactoren op VKF en de positieve effecten als we deze zouden behandelen; de extra coördinatie en kosten die nodig zijn om deze risicofactoren op te sporen, te behandelen en op te volgen.

Obstructieve slaapapneu (OSA) is één van dergelijke modificeerbare risicofactoren voor VKF die nog te vaak niet gediagnosticeerd wordt en daardoor ook niet behandeld wordt. Desondanks komt klinisch relevante OSA - waarvoor CPAP-behandeling aangewezen is en terugbetaald wordt - zeer vaak voor, namelijk bij ongeveer 42,1-56,1% van de VKF-populatie. Het leidt tot een bijna dubbel zo hoog risico op het opnieuw optreden van VKF. De meest recente richtlijnen van de Europese Vereniging voor Cardiologie (2020) geven aan dat er getest moet worden op OSA vóór de start van ritmecontrole therapie bij patiënten met symptomatische VKF. Op deze manier zouden we de incidentie, progressie, alsook het terug optreden van de ritmestoornis en de symptomen ervan kunnen verminderen. Het blijft echter onduidelijk hoe en wanneer we moeten testen voor OSA bij VKF patiënten in de dagelijkse klinische praktijk.

In eerder onderzoek toonden we aan dat een respiratoir polygrafie (PG) toestel, waarmee de patiënt thuis kan slapen, in combinatie met een geautomatiseerd algoritme om de ernst van slaapproblemen te bepalen, kan worden gebruikt als een betrouwbaar instrument om OSA te detecteren bij een VKF-populatie. In het voorgestelde onderzoeksproject willen we een interdisciplinair gestructureerd zorgtraject voor OSA detectie en behandeling - gebaseerd op het gebruik van PG bij VKF patiënten - implementeren en evalueren. We gaan er namelijk van uit dat het gebruik van dergelijk PG toestel gevolgd door een vervolgtraject ervoor zal zorgen dat we op een systematische en tijdige manier de diagnose van OSA kunnen stellen, en dat de behandeling ervan de hoeveelheid VKF (duur en/of aantal episodes) zal verminderen.

We willen dus een gestructureerd interdisciplinair zorgpad implementeren voor de detectie van OSA bij VKF patiënten in samenwerking met de VKF kliniek en het slaapcentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en het Jessa Ziekenhuis in Hasselt (zoals weergegeven in onderstaande figuur). Bovendien zullen we dit koppelen aan een onderzoeksproject dat het verband tussen de ernst van OSA en de hoeveelheid VKF zal nagaan alsook de impact van de behandeling van OSA op verscheidene klinische uitkomsten (kwaliteit van leven, herval van VKF en duur ervan, enz.). Dit werd namelijk nooit eerder geëvalueerd in prospectieve studies.

De Viviane Conraads prijs kan een belangrijke bijdrage leveren aan het opzetten van een succesvolle samenwerking met de VKF kliniek en het slaapcentrum om de algemene zorg van VKF patiënten te optimaliseren. Dit project zal veel lacunes in onze kennis proberen aan te pakken. De resultaten zullen dan ook van groot belang zijn voor ons land en zullen inzicht geven in het opzetten van gestructureerde zorgpaden om modificeerbare risicofactoren bij patiënten met hart- en vaatziekten aan te pakken. Het feit dat er een uitgebreid interdisciplinair team met verschillende experten ter zake zal meewerken aan dit project zal belangrijk zijn om het te laten slagen.